Snoeien
Vormsnoei.
Voor vormsnoei moet u van tevoren goed bedenken wat u met de boom wilt gaan doen.
Kies de geschiktste zijde van de boom als voorkant.
Er zijn een paar
richtlijnen waarmee u rekening moet houden.
Vermijd:
- recht naar voren stekende takken;
- elkaar of de stam kruisende takken;
- afgestompte takken;
- takken op dezelfde hoogte;
- naar binnen en naar boven groeiende takken;
- warrige, gevorkte, bungelende en ‘U’-vormige takken.
Zorg voor:
- een piramidale kruin;
-
een
goede opbouw van de takken, die in harmonie zijn met de dikte van de
stam.
Een nieuw te trainen boom zal nooit voldoen aan al deze regels, maar door op de juiste manier te snoeien en te bedraden kunt u de boom toch tot een mooie bonsai vormen.
Het snoeien van takken kunt u het best doen met een concaaftang.
Hiermee krijgt u een holle snede, die heel mooi geneest.
Snoei de tak heel dicht
op de stam, zodat er geen ‘kapstokje’ achterblijft.
Onderhoudssnoei.
Onderhoudssnoei vindt plaats om de boom te verjongen en in vorm te houden.
Takken die rechtstreeks aan de stam zitten, heten primaire takken.
Zijtakken hiervan worden secundaire takken genoemd.
Door regelmatig de secundaire takken terug te snoeien, wordt de boom aangezet tot de vorming van nieuwe knoppen en daaruit groeiende takjes.
Als de boom zijn beoogde vorm heeft, worden in het groeiseizoen alle jonge loten tot op twee of drie bladknopen ingesnoeid.
Als sommige takken langer moeten worden, snoeit u ze iets minder ver terug.
Als u deze takken niet
snoeit (wat misschien logischer klinkt), krijgt u geen secundair
takkenstelsel.
Bij naaldbomen wordt een iets andere methode gevolgd.
Pinus-soorten ontwikkelen zogenaamde ‘kaarsjes’ aan het uiteinde van een tak.
Deze ontvouwen zich later tot naalden.
Om een mooi scherm van korte takjes te krijgen, worden de jonge kaarsjes van een- à tweederde weggebroken.
Dit doet u door het kaarsje tussen duim en wijsvinger te nemen en vervolgens een draaiende beweging te maken, waardoor het kaarsje breekt.
Bij juniperus-soorten moeten de groeipunten aan het uiteinde van de takken regelmatig worden weggeplukt.
Doe dit ook met de hand
en gebruik hiervoor nooit een mes of schaar.
Wortelsnoei.
Bij wortelsnoei worden de wortels passend gemaakt voor de pot en aangezet om nieuwe haarworteltjes te vormen voor een optimale opname van water en voedingsstoffen.
Ga altijd voorzichtig te werk en maak nette, gladde wonden, zodat schimmels en ziekten zo min mogelijk de kans krijgen.
Met een puntige haak kunt u de wortels voorzichtig lostrekken.
Bij loofbomen kunt u de wortels ook nog eens goed uitspoelen.
Laat dit bij naaldbomen achterwege, omdat u met de aarde ook de nuttige schimmels die in symbiose met de boom leven, wegspoelt.
Afhangende wortels, verticaal groeiende wortels en penwortels kunt u tot 1 cm van de basis wegknippen, maar zorg ervoor dat er voldoende haarwortels overblijven.
Knip bij oudere bomen
nooit meer dan eenderde van de wortelkluit weg.
Bladsnoei.
Bladsnoei is een bijzondere snoeivorm.
Door in mei of juni alle bladeren af te knippen, waarbij de bladsteeltjes blijven zitten, wordt de boom aangezet tot vorming van nieuwe blaadjes, die veel kleiner blijven dan de oorspronkelijke bladeren.
Hierdoor ontstaat een mooiere verhouding tussen de grootte van het blad en de boom.
Bladsnoei kan alleen worden toegepast op gezonde, goed groeiende exemplaren.
Niet alle soorten loofbomen zijn echter geschikt voor deze vorm van snoei.
Bloeiende soorten als de beuk en de berk verdragen het slecht als in mei of juni alle bladeren worden afgeknipt.
Esdoorn, kastanje en wilg reageren over het algemeen juist heel goed op bladsnoei.
Bronvermelding: Bonsai door Martina Hop.