Bemesten.
Meststoffen.
Meststoffen kunnen globaal verdeeld worden in twee soorten: organische mest zoals sojaboon-,
katoenzaad-, bloed-, beender-, vismeel, en anorganische (kunst)mest zoals diverse chemische producten.
Het voordeel van kunstmest is dat de plant er snel op reageert.
De mest is geconcentreerd en gemakkelijk oplosbaar in water, zodat de plant het onmiddellijk kan opnemen.
Een beetje kunstmest is al voldoende, zodat men wel erg secuur moet zijn met de dosering.
Een overdosis kan de dood van de plant betekenen.
Organische mest is pas op de langen duur werkzaam.
Het wordt vaak door de potgrond gemengd of in water opgelost toegediend.
Ofschoon het niet zo snel werkt als kunstmest staat daar wel tegenover dat het veiliger in het gebruik is.
Het geeft de voedingstoffen langzaam over een langere periode vrij.
Daarom is er ook minder gevaar voor schade door overbemesting.
Het bemesten.
Het bemesten verschilt naar gelang van de leeftijd van de bonsai.
Jonge bomen die nog in training zijn krijgen vroeg in het voorjaar mest toegediend, ongeveer de tijd dat de rustperiode voorbij is.
Bemesting op dit moment moedigt de vorming van nieuwe knoppen en spruiten aan.
Volwassen bomen met een goed ontwikkelde kroon hebben in het voorjaar geen extra voeding nodig.
In hun geval zou een bemesting gedurende de groeiperiode alleen maar veroorzaken dat de uitlopers langere intervallen tussen de knoppen gaan vormen eb dat het loof te dicht wordt.
Bomen die de gewenste vorm al hebben kunnen deze periode beter niet bemest worden.
Bemesting in het najaar is voor hen verkieslijker, aangezien dat geen consequenties heeft voor de hernieuwde groei, die de vorm van de boom geweld zou aandoen.
Aan bomen die in slechte conditie zijn geen mest geven gedurende de zomermaanden en na een langdurige regenperiode, aangezien de wortels dan niet vitaal genoeg zijn om voedsel op te nemen.
Bronvermelding: Het praktische bonsaiboek Han Donkel