Water Geven
 

Water geven doe je zodra de potgrond droog geworden is.
De bonsai kan op verschillende manieren water krijgen, deze methoden zijn niet voor alle bonsai geschikt.

De eerste methode is het onderdompelen.
Onderdompelen betekend dat de bonsai met pot voor een korte tijd in het water word gezet. Door dit onderdompelen word ook de kluit nat en kan de bonsai langer gebruik maken van het water.

Bij pas verpotte bonsai en bij bonsai in hoge potten kun je beter niet dompelen want dan blijft de kluit te lang nat met als gevolg dat de wortels niet genoeg zuurstof krijgen. bij deze bonsai kun je ze het beste begieten/besproeien met een gieter of sproeikop.

Om water te kunnen opnemen maken planten in hun cellen zouten aan. Hoe hoger het zout gehalte van de aarde, hoe moeilijker het word voor de plant om water op te nemen.
het zoutgehalte in het substraat word voor een groot gedeelte bepaald door de kwaliteit van het water.
Heeft het water een hoog zout gehalte, dan zal het zoutgehalte in het substraat ook toenemen.

De concentratie van zouten in de grond is te voorkomen door het gebruik van zoutarm gietwater. Zoutarm gieterwater is water waarin niet meer als 300 mg zout per liter zit. Dit gietwater moet met regelmatige tussenpozen zo royaal mogelijk worden gegoten. Dit zorgt ervoor dat het overtollige water kan wegvloeien en dan ook direct de overtollige zouten wegspoelt.

Water wat goed te gebruiken is als zoutarm water is regenwater. Regenwater bevat maar 50 tot 100 mg zout per liter. Wat ook zoutarm water is, is gedestilleerd of gedemineraliseerd water. 

Toch is de beste optie voor zoutarm water regenwater. Dit water is erg goed te gebruiken om te gieten en moet juist in de warme periode voldoende hoeveelheden toegevoegd worden.

Kortom Hard, kalkhoudend water bevat hoge concentraties zout en zacht water zoals regenwater veel minder.